"Rust voor het dementerend brein"

Ger Schuivens | 15-09-2017

Dementie-deskundige Anneke van der Plaats over de CRDL

Geriater Dr. Anneke van der Plaats is als verpleeghuisarts, wetenschapper, docent en adviseur altijd al een voorloper geweest. Speerpunt van haar werk is het toepassen van hersenkunde op dementie en het omzetten van neurowetenschappelijke kennis naar praktische toepassingen. Ze is razend enthousiast over de CRDL. “Een knap bedacht instrument, dat perfect past in de hersenkunde.”


Om te begrijpen wat de CRDL doet voor dementerende mensen, moet je eerst begrijpen hoe het dementerend brein werkt, benadrukt Anneke Van der Plaats. “Uit de neurowetenschap weten we dat beschadigde hersenen niet meer kunnen reageren op stilstaande en geluidloze prikkels. Hersenpatienten hebben dus dynamische prikkels nodig, zoals beweging en geluid. Als ze een tekort hebben aan prikkels, gaan ze hiernaar op zoek. Dat is de reden waarom mensen in verpleeghuizen vaak eindeloos door de gangen lopen. Als je loopt komt de wereld om je heen in beweging.”

Prikkels maken
Beschadigde hersenen kunnen niet tegen stilte. En prikkelarm betekent voor een dementerend brein prikkelloos. “Vandaar dat je demente mensen nooit op hun eigen kamer ziet zitten,” legt Van der Plaats uit. “Hun hersenen vangen in zo’n stille kamer helemaal geen prikkels op. Alles staat voor hen stil. Hetzelfde geldt voor de nacht: alleen op de kamer en dan ook nog stil en donker. De hersenen kunnen dat niet verdragen, dus komt de dementerende bewoner uit bed. Wanneer die dan niet kàn of màg lopen, dan gaat hij zelf prikkels oproepen door te roepen, te wriemelen of te brabbelen.”

Reacties uit het onderbrein
Hersenen bestaan uit lagen. Je hebt een bovenbrein – je zelfstandig denkende brein – en een onderbrein, je gevoelsbrein. In je gevoelsbrein zit de zogenaamde amandelkern, ofwel de angstkern. Als iets onverwachts gebeurt, dan slaat de angstkern aan. Gevaar! Met ons denkende brein kunnen we het angstgevoel beredeneren en kiezen hoe we op angst reageren. Mensen met dementie hebben geen toegang meer tot het bovenbrein.

Bij hen slaat de angstkern veel sneller aan. Die angst wordt onmiddellijk omgezet in een reactie van vechten of vluchten. Vechten uit zich eerst verbaal. Bijvoorbeeld: ‘Wat moet jij hier? Donder op’. Als de angst niet weggenomen wordt, volgt vaak een tik of klap. Vluchten uit zich ook in weerstand, in niet mee willen werken. Je krijgt dan reacties als ’nee, ik wil geen pil, ik hoef geen pil’. Als je dan doorgaat, wordt het gegarandeerd vechten. Dit zijn allemaal reflexen van het emotionele onderbrein.”


Oergeluiden
“De bedenkers van de CRDL hebben dementie ontzettend goed aangevoeld,” aldus Van der Plaats. “Het instrument is knap bedacht. Want de CRDL werkt naast het bovenbrein ook op het onderbrein, op die amandelkern. De geluiden maken rustig. Vooral natuurgeluiden, zoals een kabbelend beekje of zeemeeuwen aan het strand. Dit zijn archetypische geluiden die de basale hersenen aanspreken: oergeluiden, die in het onderbewustzijn aanwezig zijn. 

Soms zijn de geluiden heel persoonlijk: een voormalig treinmachinist leeft op van treingeluiden, terwijl hij daar zelf niet meer actief naar op zoek kan. De CRDL levert geluiden en de aangename emoties die eruit volgen. Hersenkundig klopt dit helemaal. Het erge aan dementie is dat je geen beelden meer in je hoofd hebt. De CRDL roept die beelden op met geluid.”

Waardevol
Hoe meer je brein is aangetast, hoe meer je gedrag afhankelijk wordt van de omgeving. En de omgeving kan positief of negatief zijn. Is de omgeving gunstig, dan zal ook het gedrag gunstig zijn en andersom. “Dankzij de CRDL komen mensen even in een ‘andere tijd’. Dat is therapeutisch en werkt door. Ze worden er kalmer van en dat is voor iedereen prettig: voor de patiënt zelf, maar ook voor verzorgenden en familie. Het is een grote bijdrage in het welzijn van dementerende mensen. Natuurlijk als onderdeel van een totaalplaatje. 

De inrichting van het (verpleeg)huis is ook heel belangrijk, net als het dagritme rondom de maaltijden. Ideaal zou zijn om een CRDL-sessie op te nemen in de dagelijkse routine. Als je dit allemaal goed aanpakt, doorbreek je het ‘probleemgedrag’ of voorkom je het zelfs helemaal. En dat is fijn, want dan hebben verzorgenden minder werk en meer tijd over om leuke activiteiten met de mensen te ondernemen. Ook de familie kan weer een rol spelen. Ze kunnen bijvoorbeeld met de CRDL op de kamer van hun dementerend familielid gaan zitten. Dat is een waardevol intiem moment met iemand die eigenlijk niet meer kan communiceren.” 


Achtergrond informatie over Anneke van der Plaats
Anneke is dochter van Prof. G.J. Van der Plaats. Prof. Van der Plaats werkte van 1936 tot 1968 als radioloog in Maastricht en genoot nationaal en internationaal grote bekendheid vanwege zijn wetenschappelijk werk en zijn inspanningen voor de opleiding van radiologische laboranten. Dr. Anneke van der Plaats is een bekend sociaal geriater en auteur van diverse boeken over dementie. Ze inmiddels gepensioneerd maar nog steeds actief met lezingen en advisering bij zorginstellingen. Anneke woont in Kanne (B).